• Transportlaan 121, 6163CX Geleen
  • 046 475 719 3
27 november 2023   4min. te lezen

Belastingplan 2024: voorsorteren op de toekomst

Terug

VENNOOTSCHAPSBELASTING

Het opstaptarief (de eerste schijf) in de vennootschapsbelasting blijft in 2024 ongewijzigd 19% (2023: 19%). Dit percentage geldt voor een belastbaar bedrag tot € 200.000 (2023: € 200.000). Ook het toptarief (de tweede schijf) voor belastbare bedragen vanaf € 200.000 is ongewijzigd: 25,8% (2023 en 2024).

DIVIDENDBELASTING

Het tarief van de dividendbelasting is in 2024 24,5% tot € 67.000 en daarboven 33%.

ZELFSTANDIGENAFTREK

Om het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen wordt de zelfstandigenaftrek over een aantal jaren afgebouwd. De afbouw t/m 2027 is als volgt: 2023: € 5.030; 2024: € 3.750; 2025: € 2.470; 2026: € 1.270 en in 2027: € 900.

MKB-WINSTVRIJSTELLING

Het percentage van de MKB-winstvrijstelling wordt verlaagd van 14% (2023) naar 13,31% in 2024. De vrijstelling daalt dus iets, terwijl de verder verlaagde zelfstandigenaftrek de winst waarover je belasting betaalt bovendien weer wat opschroeft.

EIA IN 2024 LAGER

Het percentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) daalt in 2024 van 45,5% naar 40%. Het investeringsbedrag moet minimaal € 2.500 zijn en het bedrijfsmiddel mag niet eerder gebruikt zijn.

WILLEKEURIGE AFSCHRIJVING IN 2023

Als je investeert in een bedrijfsmiddel kun je alleen nog in 2023 eenmalig tot 50% van het investeringsbedrag willekeurig afschrijven. Dit kan je flink wat belasting besparen. De regeling geldt alleen voor in 2023 aangeschafte bedrijfsmiddelen.

HOGERE PENSIOENINLEG

Onder de nieuwe Wet toekomst pensioenen (WTP) kun je sinds 1 juli 2023 veel meer aanvullend pensioen opbouwen. De nieuwe wet geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023, zodat je de jaarruimte die werd verhoogd van 13,3% naar 30% alsnog kunt
aanvullen. Bovendien kun je tot tien jaar terug (dit was zeven jaar) gebruikmaken van de niet-benutte jaarrente voor de aftrek van lijfrentepremies

TARIEVEN BOX 1 (INKOMEN UIT WERK EN WONING)

Het lage tarief van de inkomstenbelasting (IB)/premie volksverzekeringen (VV) is in 2024 met 36,97% een fractie hoger dan 36,93% in 2023. Dit tarief geldt voor inkomens tot € 75.549. Boven deze grens blijft het toptarief ongewijzigd op 49,50%. Het tarief van schijf 1 en schijf 2 is hetzelfde, maar anders opgebouwd: de 36,97% van de eerste schijf bestaat uit 9,32% IB plus 27,65% premie VV, in de tweede schijf bestaat deze 36,97% volledig uit IB.

WERKGEVERSHEFFING ZVW

De werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) daalt in 2024 licht naar 6,57% (2023: 6,68%). Het maximumbijdrageloon voor de
Zvw in 2024 stijgt naar € 71.624 (2023: € 66.952). 

NIEUW: TWEE SCHIJVEN IN BOX 2

Inkomen uit een aanmerkelijk belang ontstaat als je ten minste 5% van het aandelenkapitaal van een vennootschap bezit. Vanaf 2024 gaan er in box 2 twee tarieven gelden:

  • basistarief: 24,5% bij een inkomen uit aanmerkelijk belang voor de eerste € 67.000;
  • toptarief: 33% over het meerdere (het kabinet stelde 31% voor, maar de Tweede Kamer trok dit op naar 33%).

Deze tariefswijziging heeft grote impact op de fiscale behandeling van het inkomen van dga’s. In vergelijking met 2023 betaal je als dga tot een box 2-inkomen van € 67.000 nu 2,4 procentpunt minder (2023: 26,9%), maar vanaf € 67.000 stijgt de heffing met maar liefst 6,1% naar 31%.

OP WEG NAAR VERNIEUWDE BOX 3

Het kabinet wil vermogen (inkomen uit sparen en beleggen) rechtvaardiger belasten. Vanaf 2027 komt er een nieuw stelsel voor box 3, waarbij je belasting betaalt over het werkelijk behaalde rendement op vermogen. Tot het zo ver is, rekent de Belastingdienst nog met forfaitaire rendementspercentages die dichtbij de werkelijke percentages voor sparen, beleggen en lenen liggen.
Forfaitair rendementspercentage Vermogen wordt in drie categorieën onderverdeeld: bank- en spaartegoeden en contant geld, beleggingen/andere bezittingen en schulden. Per vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage:

Soort vermogen 2023
Bank- en spaartegoeden* en contant geld 0,36%
Beleggingen/andere bezittingen 6,17%
Schulden 2,57%

* Vanaf 2023 wil het kabinet twee extra vormen van vermogen behandelen als banktegoeden: het aandeel in het vermogen van de Vereniging van Eigenaren (VvE) en vermogen dat op een derdengeldenrekening van een notaris of deurwaarder staat. Als dit voorstel wordt aangenomen, betaal je als appartementseigenaar dus minder belasting over je aandeel in het vermogen van de VvE.

Het heffingsvrij vermogen wordt niet geïndexeerd en blijft ongewijzigd € 57.000 in 2024 (2023: € 57.000). Voor fiscale partners is dat € 114.000. De tweede schijf begint bij € 114.000 vermogen, de derde schijf bij € 1.013.000 vermogen. Het tarief stijgt van 32% naar 36% per 1 januari 2024.

LET OP!
Alle cijfers onder voorbehoud. De Tweede Kamer stemde eind oktober in met de plannen, de Eerste Kamer is half december aan zet.

ONBELASTE REISKOSTENVERGOEDING OMHOOG

Als het aan het kabinet ligt gaat de onbelaste reiskostenvergoeding per 1 januari 2024 niet naar de eerder voorgestelde € 0,22 maar naar € 0,23 per zakelijke kilometer. De vergoeding geldt ook als je een privé-auto gebruikt voor de zaak.

FORSE ZAKELIJKE HUURVERHOGINGEN

De huur van bedrijfspanden is vaak gekoppeld aan de prijsontwikkeling die het CBS maandelijks uitdrukt in de consumentenprijsindex, kortweg CPI, met als gevolg dat de hoge inflatie tot forse huurverhogingen kan leiden. Onlangs keurde een rechter een huurverhoging voor een bedrijfspand in 2023 van 14,5% goed, terwijl een andere rechter eenzelfde verhoging in een andere zaak onredelijk achtte.
Op grond van onvoorziene omstandigheden , die partijen bij het sluiten van de huurovereenkomst niet hadden voorzien, kan de rechter een overeenkomst aanpassen.

NIEUW: WET MINIMUMLOON

Per 1 januari 2024 geldt de Wet minimumloon waarbij één uniform minimumuurloon wordt geïntroduceerd waar alle werknemers in Nederland recht op hebben. Het maandloon van een minimumuurloonwerkende wordt voortaan bepaald door het feitelijke aantal uren dat is gewerkt. Het wettelijk minimumloon gaat omhoog met 3,75%.

AOW-LEEFTIJD PER 2024 OMHOOG

De leeftijd waarop iemand voor het eerst een AOW-uitkering ontvangt, stijgt per 1 januari 2024 van 66 jaar en 10 maanden naar 67 jaar. Dit blijft zo tot en met 2027. Een eventuele verhoging wordt per vijf jaar voorgesteld, dus dit jaar over 2029 en daarna. In 2028 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden.

VERSOBERING 30%-REGELING PER 2024

Na een amendement van de Tweede Kamer wordt de 30%-regeling voor buitenlandse werknemers per 2024 stapsgewijs versoberd.
Per 1 januari 2024 is de regeling voor de eerste 20 maanden nog gesteld op maximaal 30% van het loon. Voor de daaropvolgende 20 maanden wordt dat maximaal 20% en voor de 20 maanden daarna maximaal 10% van het loon. Na 60 maanden (5 jaar) is de maximale looptijd van de 30%-regeling verstreken. Nieuw is ook dat de regeling nog uitsluitend van toepassing is tot de maximale bezoldiging zoals bepaald in de Wet normering topinkomens, ook wel de balkenendenorm genoemd.

NIEUWE PENSIOENWET

Op 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (WTP) na parlementaire goedkeuring dan toch echt in werking getreden. Dit betekent dat werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders nieuwe afspraken moeten maken. Als je bedrijf niet is aangesloten bij een cao, moet je zelf in actie komen. De beoogde datum waarop alle uitvoerders aan de nieuwe regels moeten voldoen, is 1 januari 2028.
Transitieplan Als werkgever met een pensioenregeling bij een pensioenfonds moet je uiterlijk op 1 januari 2025 een transitieplan gereed hebben. Als je een pensioenregeling bij een verzekeraar of ppi (premiepensioeninstelling) hebt ondergebracht, is dat 1 oktober 2026. Het plan bevat een omschrijving van de nieuwe pensioenregeling, de benodigde compensatieregeling en de eventuele waardering van oude pensioenrechten.

Deel bericht